80 jaar oude brief in luciferdoosje gevonden in gewelf van Sint-Jacobskerk

De totaalrestauratie van de Sint-Jacobskerk is momenteel volop aan de gang. Tijdens de werken aan de gewelven aan de westzijde van het gebouw heeft een schilder een luciferdoosje met een brief gevonden. Deze zat verstopt in een sluitsteen, een ornament dat de punten van de gewelven met elkaar verbindt.

boodschap op activiteitenbonnen van de Dienst der Stadsgebouwen, 1941.
De werkmannen schreven hun boodschap op de keerzijde van twee activiteitenbonnen van de Dienst der Stadsgebouwen.
rechts van tekst
content

21 juli 1941
In ’t jaar 1941 word de zoldering der kerk gelijmd met een rollende stelling van 26 meters hoog, voor den dienst stadsgebouwen.
Als die zoldering nog eens geschilderd zal worden, zullen wij niet meer tot deze aarde behoren, wij moeten ons nakomelingen zeggen dat wij het niet plezierig in ons leven gehad hebben. Twee oorlogen hebben wij medegemaakt, een in 1914 een in 1940, dat kan nog al tellen he!!!
Wij staan hier te werken zwart van den honger, tot den laatsten cent persen zij ons af om een weinig eten.
Ik geef onze nakomelingen den goede raad als het nog eens oorlog word in de levensloop zorgt goed, voor een voorraad in huis, zoo als rijst, koffie, bloem, tabak, tarwe, graan voor u in ’t leven te houden!!! Geniet vol op van ’t leven, neemt bijtijds een ander vrouwtje, voor degene die getrouwd zijn pas op ’t huis!!! Salut mannen!!!
Gedaan den 21 juli van ’t jaar 1941 door de schilders dienst der gebouwen
John Janssen, Jul Gyselinck, Louis Chantraine en Jul Van Hemeldonck.

Een reconstructie

Werner Pottier van het stadsarchief reconstrueerde het verhaal van de vier mannen die de boodschap achterlieten:

In 1940 wil Antwerpen de 300ste verjaardag van Pieter Paul Rubens herdenken met evenementen en tentoonstellingen. De Sint-Jacobskerk, waar de beroemde schilder begraven ligt, moet echter dringend opgefrist worden. De kerkfabriek start met het opkuisen van de muren en de zuilen, maar de gewelven een beurt geven is technisch en financieel letterlijk te hoog gegrepen. Hiervoor vraagt de kerkfabriek het stadsbestuur om hulp.

Het oorlogsgebeuren gooit echter roet in het eten. Na een smeekbede van pastoor De Keulenaer op 28 mei 1941 komt er terug schot in de zaak. De Dienst der Stadsgebouwen stuurt een ploeg van drie schilders, Jules Gijselinck, Jan Janssen, Louis Chantraine,  en een plafonneerder, Jan Juliaan Van Hemeldonck, uit.

Luciferdoosje waarin de boodschap verstopt zat
In dit luciferdoosje zaten de briefjes verstopt.
links naast tekst
content

Het is 21 juli 1941. Buiten is de sfeer soms gespannen. Het is namelijk verboden om de Nationale Feestdag te vieren. Ook voor de mannen in de Sint-Jacobskerk is er van feesten geen sprake, het werk gaat gewoon verder. Toch zullen ze deze 21 juli niet zomaar laten voorbij gaan en ervoor zorgen dat bijna 80 jaar later aan hen gedacht wordt. Ze schrijven hun boodschap op de keerzijde van twee blanco activiteitenbonnen van de Dienst der Stadsgebouwen, vouwen beide velletjes keurig samen en stoppen ze in een leeg luciferdoosje. Het kleinood verdwijnt voor een hele poos in een sluitsteen van het herstelde plafond, waar het recent werd ontdekt.

Wanneer zij hun bericht schrijven is Antwerpen al meer dan een jaar bezet en hapert de voedselbevoorrading. Op de zwarte markt swingen de prijzen de pan uit. Het is vaak kiezen tussen honger of veel betalen voor weinig voedsel. Het is dan ook veelzeggend dat de vier werkmannen beide wereldoorlogen aanhalen. Oorlogen waardoor zij “het niet plezierig “ in hun leven hadden.

De 44-jarige Jules Gijselinck is de oudste van de vier en het langst in stadsdienst. In oktober 1920 start hij bij de Stad Antwerpen als helper-loodgieter. In 1929 schoolt hij zich om tot steenhouwer en krijgt meteen zijn vuurdoop: vermits er maar twee steenhouwers bij de stad werken en zijn collega al druk bezet is, krijgt Gijselinck de onsmakelijke opdracht om in de stedelijke scholen de blauwe hardstenen “waarin de pisstof te diep ingedrongen is” op te kuisen en te schuren. Hij houdt het dan ook snel voor bekeken en keert 15 maanden later terug naar de loodgieterij om op 1 januari 1940 over te stappen naar de schildersploeg.

Jan Janssen is geboren in 1900 en vermoedelijk één van de honderden tijdelijke arbeidskrachten die de stad aanwerft om de werkloosheid tijdens de Tweede Wereldoorlog te bestrijden. Jan – roepnaam John – zal pas in augustus 1942 vast aangenomen worden. Hij brengt een pak ervaring mee. Sinds hij de school op 12-jarige leeftijd verliet, is hij schilder van beroep. 

Zijn naamgenoot, officieel Jan Juliaan Van Hemeldonck, Jul voor de vrienden en 40 jaar is de enige plafonneerder van de ploeg. Hij werkt 12 jaar in stadsdienst.

Louis Chantraine is met zijn 28 jaar, de jongste van het viertal, maar een doorzetter. Zijn vader Alfons stierf kort na de geboorte van zijn zoon. Op zijn 14de verlaat Louis de school om behanger en huisschilder te worden. In april 1936 – Louis is amper 23 – beslist hij met zijn schoonbroer Willem Vantvelt een dubbelwoning te laten bouwen in de pas geopende Frans Stienletlaan in Wilrijk. Hun budget is krap: 120.000 fr., bouwgrond inbegrepen. Het duo trekt de stoute schoenen aan en contacteert hun kennis en architect Marc Segers. Segers werkt op dat moment nauw samen met zijn studiegenoot … Renaat Braem. Braem is zelf pas 26 en staat aan het begin van een grootse carrière. Louis noch Willem, konden op dat moment vermoeden dat hun woning als prille creatie van gerenommeerd architect in 2002 de status van beschermd monument zou krijgen.

Gerelateerd

Sint-Jacobskerk © Kioni Papadopoulos
Project

Sint-Jacobskerk

Publieke gebouwen

De Sint-Jacobskerk in de Lange Nieuwstraat is momenteel aan restauratie toe. Begin 2019 zijn we gestart met de volledige restauratie van dit beschermde monument.